30 oktober 2019 om 14:37

Overschrijding landelijk budget voor behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie?

In de media wordt er stelselmatig schande van gesproken dat het jaarbudget voor de bekostiging van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie boven de raming van 20 miljoen uitgaat.
Ik hoop in dit blog te laten zien waar de berekening misgaat en hoe daarmee sommige media ten onrechte de dyslexiezorg in de verdomhoek proberen te zetten.
In 2007 heeft het CVZ in het rapport “Dyslexie: van zorgverzekerd?” het verwachte jaarbudget voor EED uitgerekend.
In de berekening zijn een aantal opmerkelijke uitgangspunten terug te vinden. 

Als prevalentie voor EED geldt:

Aantal leerlingen dat jaarlijks instroomt

 

 200.000

Aantal leerlingen dat lees- en spellingsproblemen ontwikkeld 

 10%

 20.000

Aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor diagnostiek

 6%

 12.000

Aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor behandeling

 3,6%

 7.200


Opmerkelijk is dat het CVZ stelde dat van alle leerlingen die na diagnostiek in aanmerking komen voor behandeling, slechts 50% ook daadwerkelijk voor behandeling zou kiezen, omdat bij de helft van deze kinderen de motivatie zou ontbreken. In de praktijk zien wij dit niet terug. Het gebeurt bijna niet dat er na diagnostiek van behandeling wordt afgezien.

Uitgangspunten berekening:
Het CVZ gaat uit van een gemiddeld uurtarief van € 72,-. Dit is een laag tarief voor de GGZ.
Het tarief in de GGZ ligt gemiddeld op € 90,- tot € 95,-.
Voor het aantal kinderen dat diagnostiek ondergaat is uitgegaan van 12.000 en het aantal kinderen dat behandeling ondergaat 3.600 (ipv 7.200).
Voor diagnostiek is uitgegaan van 10 uur per kind en voor behandeling 50 uur per kind.
Voor een gemiddelde behandelduur wordt uitgegaan van 40 tot 60 behandelsessies als meest effectief. In de berekening is geen rekening gehouden met andere noodzakelijk te besteden tijd, bijv. afstemming met het onderwijs.
In 2014 is door het Nationaal Kwaliteitsinstituut Dyslexie de veldnorm bepaald waarin voor diagnostiek 15 uur en voor behandeling 70 uur is vastgesteld. 

Het CVZ kwam daarbij op een jaarbudget uit van:
12.000 x 10 x € 72,- + 3.600 x 50 x € 72,- = € 21.600.000
Op basis van de werkelijke uitgangspunten zouden we bij een uurtarief van € 72,- op een jaarbudget uitkomen van:
12.000 x 15 x € 72,- + 7200 x 70 x € 72,- = € 49.248.000
En bij een gemiddeld GGZ-tarief (€ 92,50) zouden we op een jaarbudget uitkomen van:
€ 63.270.000.

NB. Het prevalentiegetal 3,6 is later aangepast naar 4%. Dit lijkt een terechte constatering doordat in beginsel geen rekening is gehouden met fals-positieven en fals-negatieven. Op basis van 4% zouden de jaarbudgetten uitkomen op respectievelijk € 53.280.000 en € 68.450.000.

Jan Wilgenhof, directeur Berkel-B