15 februari 2018 14:41

Bureaucratie bij Zorginkoop

Mijmerend denk ik terug aan de uitspraak van de overheid, nu ongeveer een jaar of 7 geleden, dat de bureaucratie in overheidsland drastisch naar beneden moet door minder regelgeving, minder formulieren en simpelere verantwoording. 

En zie daar het resultaat 7 jaar later ……………..

Je zult maar zorg leveren in opdracht van de overheid! Bij goede zorg denken we aan: effectief, hoge kwaliteit, klantgericht en duurzaam. Dit betekent ook: met weinig geld een zo hoog mogelijk rendement.

 Van 2009 t/m 2014 hebben wij zorg, de behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie aan kinderen in de basisschoolleeftijd, geleverd in opdracht van de zorgverzekeraars. Bij de inkoop hadden we toen te maken met vijf contractpartijen in Nederland. Het beeld wat me van deze vijf jaren is bijgebleven kan ik het best omschrijven als “Streng, doch rechtvaardig”. We wisten waar we aan toen waren en de hoeveelheid werk was te overzien. Ook waren er weinig verschillen tussen de verschillende verzekeraars.

Vanaf 2015 is de inkoop gaan plaatsvinden via de gemeentes. Deze overgang wordt transitie genoemd. Ik zou het liever revolutie willen noemen. Ineens kregen we met ambtenaren te maken. Succes gegarandeerd zou ik zeggen! De wereld ging op z’n kop. Geen 5 partijen meer, maar communiceren met 100 gemeentes. Deze gemeentes kregen het zo maar over de schutting gekieperd. En begrijp me goed, ze deden/doen echt hun uiterste best, maar het ontbrak ze aan kennis en het werd een kwestie van overleven voor de gemeentes. Ga het maar even doen, miljoenen verdelen onder honderden aanbieders.

 Gemeentes zijn natuurlijk geheel anders georganiseerd dan verzekeraars. Iedere gemeente wil haar eigen beslissingen kunnen nemen, wethouders die vechten voor prestige, inwoners met inspraak, etc. Ondanks dat we te maken kregen met inkoopregio’s, gezamenlijke inkoop van gemiddeld 10 gemeentes, kregen we toch te maken met 100 contractpartijen. De ene gemeente had toch nog weer een aantal andere eisen dan de andere gemeente. Deze ontwikkeling is te wijten aan de keus van de centrale overheid, onze regering. Gevolg van een grote bezuinigingsoperatie: We maken de gemeentes zelf verantwoordelijk en bezuinigen flink op het budget. Een ernstige onderschatting met verstrekkende gevolgen.

 Inmiddels zijn de gevolgen duidelijk. De overheid behaalt haar bezuiniging, maar bij gemeentes en zorgaanbieders zijn er grote problemen. Gemeentes kunnen het werk niet aan, zijn ernstig overbelast en hebben grote moeite om tot een eerlijke verdeling van budgetten te komen. Aanbieders worden geconfronteerd met ernstige regeldruk, veel overdreven verantwoordingsvragen, bezuinigingen en allerlei bijkomende werkzaamheden. Dit heeft tot gevolg dat de effectiviteit van de zorg enorm vermindert. Inmiddels is algemeen bekend dat 30 tot 50% van het budget voor zorgaanbieders opgaat aan administratieve lasten.

Waar hebben we het dan precies over?

Het betreft zorg aan kwetsbare burgers, gemeenschapsgeld. Ambtenaren zijn uitvoerders en worden op de achtergrond gecontroleerd door gemeentelijke accountants met over het algemeen een potlood achter het oor. Minutieus wordt de aanbieder uitgevraagd tot op twee punten achter de komma. Een aantal uitvragen zijn standaard en worden door iedere gemeente gedaan. Daarnaast zijn er nog uitvragen die per gemeente verschillen. Op landelijk niveau dienen we onze productie, het aantal minuten geleverde zorg, aan te leveren bij het CBS. De overheid wil daarmee de zorgconsumptie over heel Nederland monitoren.

Op zorgregio niveau, de inkoopregio voor ongeveer 10 gemeentes, dienen we onze productie aan te leveren bij een systeem dat door de zorgregio is gekozen. Dit systeem is in iedere regio weer verschillend. We hebben dus te maken met veel verschillende digitale systemen waar wij onze zorgminuten in te dienen registeren. Dit moet altijd op cliëntniveau gebeuren, een hele klus dus.

Op gemeentelijk niveau dienen we ook nog weer op cliëntniveau al onze zorgminuten aan te leveren. Meestal gebeurt dit in de vorm van excel formats. En meestal verschillen de inhoud van de vragen per gemeente.

Daarnaast dienen we ook nog onze verrichtingen aan te leveren bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie. Deze registratie gaat nog veel verder. Het betreft niet alleen de besteedde zorgminuten, maar ook aanlevering van allerlei meetgegevens die we afnemen bij ieder kind dat bij ons in behandeling is. Het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie gebruikt deze gegevens om de zorgaanbieder kwalitatief te beoordelen, maar ook om de kwaliteit van de dyslexiezorg in Nederland als geheel te monitoren.

Dan dienen wij achteraf nog onze productie te verantwoorden op gemeente niveau. Dit betreft een officiële verantwoording die moet plaatsvinden door een onafhankelijk extern ingehuurde accountant. Na afloop van een kalenderjaar hebben wij hiervoor een accountant ongeveer een week bij ons op kantoor rondlopen om ons te controleren. Dit kost ons duizenden euro’s. Op basis van deze productieverantwoording wordt door de gemeente de eindafrekening met ons opgemaakt.

Verder worden er nog per gemeente te pas en te onpas allerlei andere uitvragen gedaan. Te denken valt bijvoorbeeld aan een klachtenrapportage per kwartaal, een milieu effectrapportage van onze gebouwen of een SROI uitvraag. SROI staat voor Social Return On Investment, wat niet anders betekent dan personeel aannemen uit de kaartenbak van de gemeente. Als je dit niet doet krijg je een boete in de vorm van een korting op je ingediende facturen.

Naast al deze uitvragen wordt ook nog van ons verwacht dat wij kosteloos en belangeloos participeren in werkgroepen binnen de gemeente. Bijna altijd betekent dit samen met de ambtenaren bedenken van bezuinigingsmaatregelen. Oftewel kosteloos je eigen doodvonnis regisseren.

Het zal u niet verbazen dat de afgelopen jaren onze backoffice, ons administratief apparaat, ongeveer verdubbeld is. De enige manier om niet ten onder te gaan aan deze kosten is het vergaand doorvoeren van automatisering. Het aanschaffen van dure digitale systemen dus. Inmiddels zie ik om me heen de eerste zorgaanbieders failliet gaan.

 Maar of we dit hebben bedoeld met deze stelselwijziging?

 Jan Wilgenhof, directeur Berkel-B